Gehechtheden

Lut Van Schoors

Wanneer in ons leven alles verloopt zoals we het wensen, zijn we niet zo erg geneigd daar ernstig over na te denken. Dat onze werkplaats niet bedreigd wordt, dat we een comfortabel dak boven ons hoofd hebben, dat onze relatie bevredigend blijft, dat de kinderen gezond opgroeien, enz. geeft ons een prettig gevoel, een pak zelfvertrouwen en de trots van “dat heb ik toch goed gedaan”. Bovendien schept het de ruimte en geeft het de energie om over onbenulligheden te zeuren en ons te ergeren aan futiliteiten.

Wanneer dan plots in dat goed-draaiende en vlot-verlopende leven één enkel radertje gaat knarsen en tenslotte stilvalt - iemand wordt ziek, wordt werkloos, wordt bedrogen, wordt verlaten - komen onafwendbaar de Grote Levensvragen op ons af en hebben we alle moed en wilskracht nodig om het hoofd boven water te houden.

Wanneer in ons leven alles verloopt zoals we het wensen, beseffen we niet eens aan wat allemaal we met hart en ziel verknocht zijn. Wanneer we dan geconfronteerd worden met een verlies, worden we tezelfdertijd geconfronteerd met het Lijden.

Zo ben je bijvoorbeeld gehecht aan het materiële: je gezellige huis, je mooie meubels, je plaasteren boeddhabeeldje, je boeken… Hoe eenvoudig of sober je ook probeert te leven, toch ben je altijd aan materiële zaken gehecht en verlies of vernietiging ervan doet lijden.

Je bent gehecht aan mensen of dieren waarvan je houdt. Je voelt je er verantwoordelijk voor. Je wil dat het goed met ze gaat en daarvoor is geen enkele inspanning je teveel. Je wil je liefde tonen en bewijzen en je wil zelf ook geliefd en gewaardeerd worden. Komt er in die emotionele wereld een breuk, verlies je iemand door misverstand, ruzie of dood, dan ervaar je groot lijden.

Je bent ook gehecht aan jezelf: je bent vooràl gehecht aan jezelf. Na de moeilijke jaren van puberteit en adolescentie, heb je als volwassene genoeg (vermeende) kennis opgedaan om te kunnen denken en zeggen: “zo ben ik”. Met dat “zo ben ik” wordt alles uitgelegd en verklaard, alle fouten verontschuldigd, alle complimenten bescheiden aanvaard. Of je zelfbeeld nu positief of negatief is uitgevallen doet er niet veel toe. Het “zo ben ik” geeft je een levenslang alibi om gewoon te zijn zoals je denkt te zijn en geen moeite meer te doen daar bovenuit te groeien. Dat dit bewust denkende subject, dit “zelf”, dit “ego” eveneens oorzaak is van heel veel en heel hevig lijden is overduidelijk: een wereldoorlog wordt uiteindelijk veroorzaakt door het egoïsme van individuen.

Gehechtheid dus als oorzaak van ons lijden?

Onrechtstreeks, eigenlijk, want de grondoorzaak van ons lijden ligt in onszelf. Nadat de Eerste Edele Waarheid heeft geconstateerd dat “alle bestaansvormen worden gekenmerkt door lijden”, zegt de Tweede Edele Waarheid: “de oorzaak van lijden is onwetendheid”.

Daarmee wordt bedoeld: onwetendheid over de ware aard der dingen, onwetendheid over de vergankelijkheid en veranderlijkheid van allen en alles. In onze onwetendheid kennen we aan alles waar we aan hechten een blijvende waarde toe: we hebben het altijd zo gekend, we houden ervan zoals het is, we willen het zeker niet verliezen. Zelfs wat betreft onaangename situaties reageren we alsof die altijd zo zullen blijven. In onze onwetendheid houden we van omschrijvingen als “onoverwinnelijk leger”, “onvergankelijk koninkrijk”, “eeuwigdurende liefde”, “nooit-eindigende haat”…

Nochtans, zegt de Boeddha, is de ware aard der dingen zelf-loos, niet-blijvend, niet-absoluut. Zelfs ons ego is slechts een illusie.

Het is dus niet direct de gehechtheid die ons lijden veroorzaakt. Ook niet de vergankelijkheid, noch de veranderlijkheid der dingen op zich. Het is onze mentale houding tegenover vergankelijkheid en veranderlijkheid die maakt dat we pijn en leed ervaren.

Nu is het als mens heel moeilijk, zoniet onmogelijk, om ongehecht door het leven te gaan. Bezittingen, liefdes, verwachtingen en verlangens maken ons leven aangenaam, rijk en boeiend [inderdaad boei-end!]. Gehechtheden op zich zijn ook niet fout of slecht, zolang men zich ervan bewust is, hoe ze je aan het leven en het lijden binden.

Evengoed is het als mens heel moeilijk afstand te doen van onze ingebakken opvattingen over ons “zelf” en onze leefwereld.

Ieder van ons is voor zichzelf de hoofdpersoon in zijn eigen leven en speelt de rol met alle inzet en overgave. We leven graag, we houden van mooie en goede dingen, we krijgen en geven liefde en toch is er geen enkel geluk bestendig. We verliezen waarvan we houden en lijden. Dat lijden gaat voorbij en we vinden het geluk weer… tot het lijden ons weer vindt.

Niet zelden leidt het gewaarworden en passief ondergaan van elkaar steeds opeenvolgende verwachtingen en desillusies tot wanhoop en verlies van alle levenszin.

Toch kun je, wanneer je aandachtig rond je kijkt en observeert, de veranderlijkheid en de vergankelijkheid van al het bestaande zien, aanvoelen en begrijpen. Dat existentieel ervaren van de Tweede Edele Waarheid is op zichzelf al lijden. Maar het is een noodzaak, wil je een realistische visie krijgen op het leven, de wereld en je plaats in dat alles.

Is er dan een oplossing? Is er bevrijding mogelijk uit deze lijdensexistentie?

Niet zolang we op eigen kracht uit deze kringloop proberen te ontsnappen. Niet door strenge onthechting, noch door volgehouden meditatie, noch door om het even welke praktijken of rituelen.

De enige mogelijkheid bestaat erin ons ten volle te laten doordringen van de realiteit en de consequenties van de Tweede Edele Waarheid, tot het besef te komen van onze eigen onmacht en ons over te geven aan de Nembutsu. Ontzettend moeilijk is dat, want als trotse mens geven we liever hulp, dan die voor onszelf te moeten vragen.

Nochtans is het de noodzakelijke voorwaarde, om ons open te kunnen stellen voor Amida’s Ander-Kracht: “Amida zal zijn helpende armen enkel uitstrekken, wanneer wij tot het besef komen dat onze zelf-kracht van geen tel is.” (D. T. Suzuki)

Wanneer we volledig deelnemen aan het leven en van daaruit onvermijdelijk terechtkomen bij de vraag naar de zin en de oorzaak van het lijden, dan geeft de Leer van de Boeddha alle antwoorden.

En wat mij altijd opnieuw met dankbaarheid vervult, dat is dat de Leer niet alleen mijn vragen heeft beantwoord, maar dat Amida bovendien door zijn Oorspronkelijke Gelofte mijn geboorte in het Reine Land heeft verzekerd, zijn Land van Vrede en Zaligheid, honderdduizenden koti’s van boeddhalanden ver, of hier vlak naast de deur, dat is de minste van mijn zorgen.

Amida zal mij de weg wel wijzen…

Namu Amida Butsu

Ekō 67

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home